Het weer kan in België nogal verschillen. Dat ligt niet aan de hoeveelheid regen, de bewolking of het aantal uren zon, dat ligt aan de weerman. Zo is de Frank van VRT een serieuze weervoorspeller en de Frank van VTM een pratend pak die je op voorhand niet gelooft. VTM is als sensatiezender graag bereid om het weer als het even kan aan te passen aan de wensen van de kijker. De tijden van Armand Pien en Bob de Richter zijn historie, maar toen werd het weer nog geloofwaardig gepresenteerd en ik vermoed dat ze het zelfs vaker bij het rechte eind hadden dan tegenwoordig. Een echte opvolger voor Pien is er nooit gekomen.
Frank Deboosere is zo’n olijke jongen die je op voorhand vergeeft als hij het mis heeft. De krullenbol heeft iets aandoenlijks, zoiets als de ideale schoonzoon. Die rol probeert David Dehenauw ook te spelen, maar daar kan hij wel mee stoppen. Deze man is zo narcistisch dat de zon zelfs voor hem op de vlucht slaat. VTM moet het vooral hebben van Jill Peeters. Ook al vertelt ze volgens VTM-protocol in enkele minuten drie keer hetzelfde, ze verontschuldigt zich voor elke misstap die het weer doet. De stelligheid waarmee ze haar verhalen vertelt, zijn vertederend. Terugkomen op de fouten van de vorige dag is haar vreemd, want daar hebben weermannen en vrouwen sowieso een hekel aan.
Er zit dus niet alleen verschil in de weermannen en weervrouwen onderling, maar ook is er verschil tussen de commerciële en publieke omroep. Deze laatste is beslist serieuzer, maar dat wil bij het weer helaas nog niet zeggen dat ze dan ook vaker gelijk hebben. Geloofwaardiger is de publieke omroep wel, want als je de weerpraatjes van VTM kritisch analyseert, wordt er in één uitzending niet alleen drie tot vier keer exact hetzelfde gezegd, maar zeggen ze maar al te vaak helemaal niets. Da’s natuurlijk wel de slimste manier om er nooit naast te zitten…
P.S.
Voor de liefhebbers van een chaotische website heeft Frank Deboosere er een potje van gemaakt. klik
Het was gisteren holebi-dag, een dag waarop homo’s en lesbiennes demonstratief laten zien dat ze liever hun eigen geslacht aflikken dan het tegenovergestelde. Ik snap dat niet en ben ook niet van plan om het te gaan snappen. Ik vind het vooral een achterlijke vertoning, want waarom moet ik per sé weten dat iemand een holebi is (alleen het woord al)? Wat iemand met z’n jongeheer doet, mag hij helemaal zelf weten en als een vrouw het liever doet met een andere vrouw, vind ik het prima. Maar waarom zo demonstratief?
Inderdaad, ze voelen zich gediscrimineerd en dat werken ze met hun gedrag ook behoorlijk in de hand. Als ik werkgever zou zijn en ik zag een personeelslid rondlopen in een enge leren string met griezelige kettingen, dan ging hij op de lijst om eruit gedonderd te worden. Zo’n creap zou ik niet op mijn klanten af willen sturen. Discriminatie, hoor ik al brullen. Nee hoor, de stumpers discrimineren zichzelf. Door je afwijkende gedrag door de strot te duwen van iedereen, plaats je jezelf in een uitzonderingspositie.
Wat iemand op seksgebied uitvreet, mag hij of zij zelf weten. Het interesseert mij niet en ik hoef het niet te zien. De meeste mensen denken zoals ik en dat zal dus wel normaal zijn. Als gedrag dus anders is, is het abnormaal en dus zijn holebi’s abnormaal. En dat mag je niet zeggen.
Een goede vriend van mij is homo. Onlangs zelfs nog getrouwd ook. Hij speelt een rol in de gayscene, want hij heeft iets met de Gay Classic Car Club. Ik lig dan dubbel van het lachen, want waar gaat dat nu over? Moet je holebi zijn om lid te worden van dat clubje. Nee, zei hij, dat hoeft niet. Wat heeft dat Gay er dan mee te maken? Ja, eh… enfin, dan komt een glimlach, een opmerking die nergens over gaat of gewoon niets.
Kortom, wat een onvoorstelbare flauwekul allemaal. Straks schuif ik Delhaize binnen en zie ik roze holebi-koekjes, bij Casa wasmanden met kettingen, Leonidas komt met verrukkelijk gevulde vibrators en zo valt er nog wat wat idioots te bedenken. Eigenlijk heb ik alleen maar medelijden met dat clubje, ook al heb ik hun afwijking volkomen aanvaard. Maar liever geen openbare demonstraties. Bah!!
Moet ik eigenlijk heel nederig alles slikken wat Meneer België allemaal van mij wil? Ik dacht het niet. Ik heb ook helemaal geen zin om als een onnozele Jan Hen over mij heen te laten wandelen of mij alles te laten vertellen. Kom op, ik ben geen kind van vier meer. Als ik iets vind, zeg ik dat gewoon en als Meneer België dat leuk vindt, is het prima, maar als dat niet zo is, zal het mij een rotzorg zijn.
De Belg verschilt behoorlijk van de Nederlander en dat is juist de reden waarom het hier zo leuk is. Wat niet wil zeggen dat alles zo leuk is, want België is in de eerste plaats verdeeld in twee soorten mensen. Ha, denkt u, Vlamingen en Walen. Nee, dat bedoel ik niet. België wordt bevolkt door mensen en ambtenaren. De mensen zijn Vlamingen en Walen, de ambtenaren bestaan uit dossiers, stoffige burelen en unieke collectie onzinnige regelgeving.
Het aantal ambtenaren in België is anderhalf keer zo groot als in Nederland, terwijl er zo’n zes miljoen mensen minder wonen. Dat moet eenvoudig leiden tot bureaucratie en dat zou voor sommige mensen reden zijn om hier niet te gaan wonen. De bureaucratie gaat ver, je hoeft als overledene na je crematie nog net geen handtekening te zetten op een formuliertje waarin staat dat je vrijwillig in de brand bent gestoken, maar als je alle ambtelijke paperassen op je laatste reis mee zou moeten nemen, had je een grote verhuiscamion nodig.
Meestal knik ik gewoon als een ambtenaar mij iets vraagt, of schud ik mijn hoofd als dat het beste antwoord is. En natuurlijk blijf ik heel beleefd, want uiteindelijk kan een ambtenaar er ook niets aan doen dat hij het kind is van een potlood en een kopieermachine.
Ook al weet ik dat veel Belgen mij volkomen idioot zullen vinden, ik houd van België en in doorsnee genomen van de Belg als mens. Natuurlijk lopen er ongelooflijke klojo’s rond, maar om welke rare reden dan ook heb ik het gevoel dat het er minder zijn dan in Nederland. Ik woon er nu een aantal jaren en dan begrijp je de Belgen een klein beetje beter, hoewel: soms begrijp je er weer helemaal niets van.
Op gezette tijden krab je achter je oren, op andere momenten lig je werkelijk dubbel van het lachen. Alles begrijpen wat zich hier afspeelt, zal ik waarschijnlijk nooit. In de toekomst kijken, kan ik ook niet, maar ik zou hier kunnen sterven. Voorlopig ben ik dat niet van plan, ofschoon een crematie in Brugge mij toch wel heel mooi lijkt. Misschien komt het er nog eens van. Eerst maar een rondje bloggen over dit bijzondere land.
Ted Sluymer